Kroniek van Roermond 1781-1835

In "Publicatons de la société historique et archéologique dans le duché de Limbourg van 1868 trof ik een artikel aan, onder redactie van Jos habets, welk de letterlijke weergave betreft van een kroniek van een inwoner uit Roermond. Het gaat om Sebastian van Beringen, hoofdbeambte bij fabrieken en molens aan de Roer. Waarschijnlijk heeft hij in de betreffende periode aantekeningen gemaakt en die tegen het eind van zijn leven opnieuw opgeschreven met aanvullingen uit zijn herinneringen. Af en toe staan er dingen die duidelijk met zijn werk van doen hebben, zoals opmerkingen over hoog water, de vangst van een uitzonderlijk grote steur of vele zalmen. Maar hij is vooral buitengewoon sterk begaan met het wel en wee van priesters en kloosterlingen en een groot deel van de kroniek is daar dan ook aan gewijd. Al lezende krijg je een beeld van de dingen die er in die tijd speelden. We maken de overgangen van Oostenrijkse, inclusief de korte Brabantse opstand, naar Franse, Hollandse en tot slot naar Belgische bewindvoerders mee. De moeilijkste tijd in deze periode lijkt vooral het tijdvak 1794 tot 1799 te zijn, waarin de Fransen steeds strengere repressies gaan toepassen, vooral m.b.t. de geestelijkheid. Daarna wordt het snel beter. De kroniek eindigt met een uitgebreide beschrijving van de feestelijkheden in 1835 van het 400 jarig jubileum van Kapel in 't Zand. Ik maak een brede selectie uit deze kroniek en geef de tekst, behoudens enkele delen die ik samenvat, in oud-Nederlands weer.

Andere interessante ooggetuigenverslagen van deze tijd:
Correspondentie 1798 Kanton Roermond met Departement Nedermaas te Maastricht
Dagboek Pastoor Borret uit Herten
Drie kleine kroniekjes uit Roermond

1781 Arriveerde in Roermond den keizer Joseph II en vertrok nog dienzelfden dag naar de vrije rijksstadt Acken. Hy heeft gelogeerd in de Hotel van den keyser, onder de naam van graef van Falkensteyn.

Tegenwoordig is het hotel, na een grondige renovatie, ingericht als stadsbibliotheek.

Foto september 2006, Pieter Simons

1785 den 15 Augustus vierde men het vyftigjarig Jubilé van onze L. Vrouw in het Zand en hetzelve heeft geduurd tot den feestdag van de Geboorte, ingesloten de Octave. De geheele stadt en de Capelderweg waren beplant met lofdichten, arcken en boomtjes, en ieder godvreezende ziel heeft zich verblyd op dit feest; den toeloop van menschen is zoo groot geweest, dat deselve niet hebben geherbergt konnen worden.

1789 is begonnen de Brabantsche revolutie.

1790, den 1ste January, werden de Keyzerlyke adelaeren afgedaen en de Geldersche wapens in de plaetse gesteld.

1790, den 13 January, quamen de Brabantsche patriotten binnen onze stadt. Terstond werden de broederschappen en processiën hersteld, die door Keyzer Joseph II in het jaer 1784 waren te niet gedaen.

1790, den 18 Juny, sloeg den blixem in den tooren der Cathedrale kerck onder het beeld van den H. Christoffel, niet sonder groote schade. men heeft in den selven jaere dat laeten herstellen en vermits het verguldsel van het beeld door ouderdom vergaen was, soo hebben de deekens of zoogenoemde thienmannen eene collecte gedaen, voor het nieuw vergulden van het beeld. En alsoo door den yver der thienmannen en raedsheeren die uytmaakten de regering, wie mede door de goedhertigheyt van de borgers, is hetzelve beeld door den borger Antonius Burghoff van Roermond verguld geworden.

1790, den 20 February is gestorven keyzer Joseph II

1790, den 6 December werden de Brabantsche patriotten ontwapend door eene menigte van borgers onder de aanvoering van den heer Baron van Bylandt.

1792, den 13 September, viel een verschrikkelyk vier uit de locht hier in de stad en rondom dezelve; jae om desen tyd heeft men gesien een doodshoofd met een zwaard en eene roede naar de kanten van het dorp Neer. Ik laet aan ieders oordeel over van te denken wat dit beteekend. Maer wat my aengaet segge, dat men in vroeger tyden meer diergelyke teekens gezien en gehad heeft, waarnaer groote gevolgen en droeve voorvallen gevolgd zyn, zo als van oorlogen, beroertens in den lande, dier tyden en smettelyke ziektens; en nu de gepasseerde jaeren eens met de nog komende samenvoegende soo als ik sal komen te verhaelen, soo dunkt my, dat die teekens voorboden zyn geweest der volgende rampen.

1792, den 1 Meert, sterft den sachtmoedigen en mildadigen Keyser Leopold II.

1792, den 10 December verlieten de Keyserlycke troeppen onse stadt, in het aenbreken van den dag, naer alvorens s'avonds de genoemde Roode brug, in brand gestoken en andere beletsels gesteld te hebben, om den spoedigen inval der Franschen te beletten.

1792, den 11 December, komen de Franschen binnen de stadt.

1793, den 21 January, werd de Koning van Vrankrick, Ludovicus XVI, onthoofd.

1793, den 4 Meert worden de Franschen geattaqueerd tot Swalmen, maar de Pruyssen syn genoodsaekt geweest van te retireren. De 4 dito, op denzelfden dag syn de Franschen geattaqueerd geweest omtrent Meerhem, eene halve uur van de stad, soo dat de Franschen genoodsaekt syn geweest van te retireren, de roode brug af te breken en zich te begeven naer de stad, ende dezelve nagt de stad te verlaeten. De Keyserlycken syn vervolgens binnen gekomen den 5 's morgens, met verlies van bynae geen volk van wedersyds. Dry achtervolgende dagen heeft de stad sware inkwartieringen gehad van de Keyserlycken, die met duysenden de Franschen vervolgden; soo dat te bemerken is, dat één middelmatige burger heeft in quartier gehad en te eeten moeten geven aen 30 tot 40 jae tot 50 man.

1793, den 17 April is gestorven de Hoog Weerdige Heer Philippus-Damianus marckgrave van Hoensbroek, onsen dierbaren bisschop van Roermonde.

1793, den 16 October is de weduwe van koning Ludovicus XVI, in de dood van het schavot haren man opgevolgd.

1794, den 5 July werd de kerk der Minderbroeders en den 7 dito, die van de Religieusen Urselinen vol Keyzerlycke gebiletteerden gelegd en dit duerde tot den 12 van deszelfs maend. En vermits de Franschen almeerder avanceerden, soo sagh men binnen onse stad eene menigte vlugtelingen uyt Franckrijck en Brabant, soo geestelycken, ordespersonen van beyde geslachten, als wereldlycken getrouwd en ongetrouwd.

1794 In denselven maend July quam een order, dat alle Franschen gevluchten, priestes of religieusen sich moesten retireren buyten de stad.

1794, den 27 September vlugte het Cathedrale kapittel der Domkerk.

1794, den 3 October, verlieten de Keizerlycken 's nachts stillekens de stad. Men heeft in den tyd van dit jaer groote zwaere siektens gehad.

1794, den 4 October, synde feestdag van den H. Franciscus, syn eenige Fransche husaren binnen onse stad gekomen, die aen eenige Heeren, die hun in het gemoet kwamen eenige croonen, jae selfs hunne horlogiën vraegden, en uyt vreese deze ook van deselve hebben ontfangen.

1794, in den maend October, werd het bisschoppelijk hof tot een fransch militaire hospitael aengelegd, tot groote droefheid der inwoners. Alles werd van binnen uit soo uitgebroken, dat het meerder scheen te wesen eene groote vlakke schuur (vermits de voornaemste onderslagen werden uytgeworpen) dan een bisschoppelyk paleys. Insgelykx ook de cancellary gelegen naest hetselve hof, is op deselve manier ingeregt, afgebroken en vermaeckt tot hospitael. Den 30 deszelfs maends werd den autaer uit de capel van het bisschoppelyk hof afgeworpen. Binnen denselven heeft sig bevonden eene kist met H. reliquiën of sanctuaria, die men terstont naer de cathedrale kerk heeft overgebragt.

1794, den 4 Nov., werd de kerk van de abdye Munster gerequireert tot werkplaets voor de smeeden; maer door yver van de borgers is hetselve belet, en de smedery is gemaekt in het Convickt. Hier dient besonder tot eer van de borgers gesegd te worden, dat soo menigmael men in Roermond iets wilde doen of maken in of tegen kerken of cloosters, dat alsdan allen yver werde aengewend, om hetselve soo veel in hun was te beletten, waervan wij verders in 't vervolg sullen handelen.

1795, den 26 Febr. werd afgekondigd, dat men verpligt was voor de regeringe of soogenaemde municipaliteit te trouwen, en dat alle kerkelijcke huwelijcken, sonder die van de regeringe onwettig souden syn. Echter bleef het eenieder geoorloofd voor eenen priester te trouwen.

1795, den 10 Meert werd den boomder vrijheid geplant met groot musieck, onder het gelui van klocken en met vele ceremoniën. Op dienselven dag werd geordoneert het draegen der cocarde; de draegers van den vrijboom syn alle gerequireert geworden.

1795, in de maenden van Juny, July tot in den maend Augustus heeft men alhier sulke schrikkelycke duurte in de graenen gehad, dat het onmogelyk sal schijnen te gelooven aen onse naekomelingen. Een malder tarwe kostte 150 schillingen, een malder rogge 114 schillingen en de andere graenen naer rato. Een roggebrood van 10 pond heeft men verkocht aen 36 stuiver cleefsch.

1796, den 19 Mey, hebben de borgers de nieuwe haven gemaekt, door de Roer in de Maes te leyden. Eenige borgers hebben vrywillig hieraen gewerkt, anderen hebben hiertoe geld gefourneerd.

1796, den 2 July, werden door de Franschen alle tienden en accynsen afgeschaft, waerdoor de meeste geestelyke instellingen, soo kloosters, capittels en anderen groote schade werd toegebragt. Hieruit syn ontstaen groote geschillen tussen de boeren die sich bedienden van de Fransche publicatie en de geesteykheid, die zich beriepen op de kerkelijke ordonnantiën en voorschriften der Conciliën.

1796, den 28 September, werd gepubliceert de vernietiging der Cloosters, achtervolgens de Fransche wet, die geen clooster, slot of cloosterbelofte, als strijdende met de vryheid, toelaet.

1797, den 13 February, heeft zich alhier vertoont eene droeve tragedie, die men in twee of drie eeuwen niet gehoord en heeft. Naermiddag tusschen 3 en 4 uren vertoonde sig de Franschen commissaris met den agent F. van Borren, vergeselschapt met eenige chasseurs en gendarmen met hunne wapens in de hand, en in sulk order, als of deselve hadden moeten gaen vegten tegens hunne vyanden; men sag deselve met allen haest en vreedheyd naer het convent van de minderbroeders toe reyden en met eenen drift met de paerden het klooster inneemen alsof het hadde eene batterij geweest. Men sag hier eene menigte borgers en borgeressen op de straet voor het klooster geschaerd en het was grootelycks te vreesen voor eenen oproer, om reden van het misnoegen en om de groote liefde, die deselve borgers tot de paters droegen. Men hoorde al van eenigen seggen: dit moeten wy niet toestaan, een ander zeide: wy willen ons met geweld daartegen versetten; één derde: laet ons met geweld het klooster ingaan, wie weet hoe deselve mishandeld worden? soo dat de oproer aanstaande was. De paters vol vrees, datter iets om hunnen wil soude voorvallen, hebben middel gesocht om aen de borgers te konnen spreken. Eyndelyvk is de pater koster, met naeme Wouters, aen de deur des convents gekomen en heeft alsoo de borgers toegesproken van sig te stillen en vreedsaem te blyven, want dat men sig moet schikken in den wil des Heeren en meer andere vermaningen. Terwyl hij nog besig was met spreken, is gekomen de brigadier van de gendarmen en stiet hem met synen voet het klooster in. De borgers, siende dat de oproer tot naedeel van de paters soude strekken, hebben sig gestilt, sonder nogtans dat het klooster van hun verlaten werd. Men heeft het klooster alsdan gesloten en de deur beset met gewapende mannen. De commissaris riep den pater Guardiaen tot rekening, met naem van Loosen, van Roermond geboortig, wiemede den Eerw. pater Wouters, koster der kerk, geboortig van Mecheln. Terwyl dezelve besig waeren, doorliepen de soldaten de kerk en het klooster. Men heeft nae de opening der kerk het crucifix van den altaer van den H. Franciscus in stukken gevonden, alsook eenen arm afgehouwen van het beeld van onze Lieve Vrouwe. Jae men heeft hun sig sien aan het volk vertoonen int misgewaed, de cingels om hun ligchaam gedraaid als een priester. Anderen droegen se aen de saebels, andere om hunnen chasseurs-mutsen. Jae men heeft se nog denselven avond, in de herbergen gesien met deselve, by vorme van nestels om hunnen schouders, en de amicten droegen se als neusdoeken in hunne sakken. Ik geloove niet dat dit hunnen orders syn geweest. De oploop duerde tot omtrent 's avonds 8 uren, als wanneer de commissaris en agent met eenige gewapende mannen uit het klooster kwamen en seyden aen de borgers, dat de paters nog souden blyven tot des anderen daags; dit was om het volk hierdoor van het klooster af te trekken, hetgeen ook van veelen verlaeten werd. Echter kwam het ongelukkig uur van hun vertrek. Naer alvoorens den segen of benedictie des Guardiaens ontvangen te hebben, in presentie van nog eenige Franschen, die nog binnen waeren gebleven, geleidde men hun één voor één tot aen de deur met eene brandende keerse in de hand. De paters waren van dien oogenblik van alles ontslaegen, uitgenomen de guardiaen en de koster, die nog voor eenige saeken responsabel bleven.

1797, den 21 Mey e.v. Korte samenvatting: priesters worden verplicht de eed op de Franse natie af te leggen. Niemand geeft daar op dat moment gevolg aan. Op dat moment zijn alle handelingen als mis lezen, dopen, preken, catechiseren, trouwen of begraven illegaal. Begraven moest overigens al een hele tijd eerder zonder ceremonie: de dode moest zonder kruis of priester naar de kerk gebracht worden. Al gauw worden er missen gelezen in het nabijgelegen Melick, welk hoort bij het nog niet Franse Gulick. Op 24 augustus was er een ongelooflijk harde donderslag die elke christen in het hart getroffen heeft. 3 September wordt er in een noodkerk van planken tussen de zogenaamde Armenhof en hof Muggenbroek achter de Kapel in 't Zand de eerste geheime mis opgedragen. 28 september wordt het luiden der klokken verboden. Pas 29 september doet in roermond de eerste priester de eed aan de Franse republiek (Fijten, kapelaan van Kessenich, geboortig van Maaseik). Vooral in November en december worden vele kloosters gesloten. Op 7 december wordt de munsterabdij omgevormd tot gevangenis. 10 december wordt het laatste klooster, dat van Ursulinnen, ook gesloten. 16 december leest een beëedigd priester in de Ursulinnenkerk die nog niet verzegeld was voor slechts zeer weinig toehoorders de mis. 26 december worden mensen die op weg zijn naar Melick om daar de mis te horen gearresteerd.

1798, den 20 jan. Wesende sondag, werd de boom der vryheid geplant. Het was een eikenboom, versierd met linten van driederhande kleuren, gelyck de cocarden, te weten wit, blaauw en rood. De planting ging vergezelschapt van musiek en sang; alle de bedienaers van het canton van Roermonde waren tegenwoordig.

1798, den 26 January, werd de parochiekerk weder geopend. Men begon dien selven avond te zes uren den rozenkrans en andere gebeden te bidden. Des zondags kwam pater Schmising (beëdigd priester) ook aldaer mis lezen, maer doordat hy door eenige borgers uitgespot werd, is een bevel aanden koster gegeven van de kerk niet te openen, sonder voorkennis van pater Schmising.

1798. Korte samenvatting: 6 februari: alle wapenschilden e.d. voor huizen moeten weg. 7 Februari alle geloofstekens als kapelletjes, beelden, kruizen aan de straat moeten verdwijnen of afgedekt worden. 5 maart moeten ook de kruizen e.d van kerkentorens verdwijnen. 1 april begonnen uitgebreide razzia's naar illegale priesters. 1 mei werd verboden om nog zondagen te vieren, maar moest de decade gevierd worden. Het was streng verboden om dan publiekelijk werk te doen, behalve brood verkopen. Vanaf 2 mei moesten alle koopmansboeken, rekeningen e.d. op "getimbert" papier geschreven worden op straffe van 30 gulden. Vanaf 15 mei kwam er een verbod op het vragen om gebed bij het afkondigen van een sterfgeval. Er mocht ook geen teken of lijkbord meer geplaatst worden bij het huis van een overledene. Vanaf 8 juni werd het verboden om de rozenkrans te bidden. 9 juli worden enkele gevangen priesters in rijtuigen afgevoerd en getransporteerd naar Maastricht. Vandaar worden ze verbannen naar Franse eilanden.

1798, den 15 July, dwong men de armen uit ons armen weesenhuys, om bij te wonen het sacrificie der H. Mis van de vereede priesters. Sy syn allen gekomen, uitgenomen de jongens, die sig beriepen op de vryheid; edoch daernae syn sy moeten compareeren. Dien zelven dag werd door de gendarmen een nieuwe aanval, tot Melick, op de borgers en boeren gedaen. Men geleydde eenigen naer de stad, en een ieder werd in bysonder gevraegd wie dat er had de misse gedaen; maer allen waren onwetende. Wanneer de Franschen aenkwamen was de priester byna aen de Consecratie der mis. Hy is van den altaer gegaen en sig ontkleed hebbende, is hy als een boer, geheel onbekend, uit de kerk gegaen. Merkt hier aen: dese priester was bij ons vicarius en sangmeester, en wanneer hy uit de stad moest gaen, soo heeft hij te Melick syne capelanie selve gaan bedienen, die hy voorheen van eenen anderen had laten bedienen.

1798-1800: Korte samenvatting: vooral in 1798 nog vele deportaties van priesters en hernieuwing van de decaderegels. Op 1 februari 1800 wordt afgekondigd dat de niet beëdigde priesters weer worden toegelaten en kunnen terugkeren. 26 februari wordt de Kapel in 't Zand weer geopend. 12 Maart keren enkele eerder verbannen priesters terug. Verder: dit jaar grote droogte in de zomer. Beken staan droog, mislukte oogsten van boekweit, aardappelen en groente.

1800, den 9 November, 's namiddags tusschen twee en drie uren is er eenen geweldigen stormwind ontstaen, die tot 's avonds geduurd heeft, en in onse stad en andere steden en dorpen groote schaden veroorzaeckt heeft. Onse parochiale kerk is wel verdorven voor 400 of 500 kroonen, een gedeelte der kerk van de voormalige kruisheeren is ingestort, eene muer van het klooster der gewesen Minderbroeders en eene van het gewesen convict of Jesuitenklooster zijn ingeslagen. Ook nog een huys, eene schuur en eenekamer van drie verscheydene personen, eene menigte van schoorstenen, daken en glasen syn ingestort. In een woord ik geloof, dat er niet een huis in Roermond is geweest, of het is aen vensters, glasen, daken, schoorsteenen of elders beschadigd geworden. De straeten waren 's morgens allen bedekt met pannen en leyen, lood en blik uit de goten, gemengd met hout, stukken steenen, kalk en glas. Het was of in de nacht onse stad door den vyand was beschoten geweest.

1801, den 9 November, is het feest gehouden binnen Roermond wegens den generaele vrede. In den winter tusschen 1801 en 1802 hebben wy seven mael hoog waeter gehad, waerdoor de meelmolen twee mael eenige dagen niet heeft konnen malen, en de oly- en pelmolen omtrent drie maenden voor en naer heeft stil gelegen. Het water van de Roer was op dag en nacht tusschen den 23 en 24 Febr. acht voeten opgeloopen. De Roer en de Maas hebben overal Grooten schade gedaen.

1802, den 26 Augustus, is het Cruys weder op onse parochiale kerk opgeregt geworden. Dese geloofteekens syn afgedaen geworden van de kerken en elders in het jaer 1798 den 5 Meert; soo dat onse kerken van deese teekens beroofd gebleven 4 jaeren, 5 maenden en 21 daegen.

1802, den 27 Augustus, heeft men eyndelyk den vreden sien herleven en de kerk sig sien verblyden. Onsen Eerw. Heer pastoor Matheï heeft het sermoon, de hoogmis en het te deum laudamus gehouden in de parochiale kerk. de kerk heeft men vervuld gesien met eene menigte van menschen. Alle autoriteiten in dienst der Republiek syn er tegenwoordig geweest. De vreugde van de borgers was soo groot, dat er eene menigte niet gewerkt, en hunnen winkels gesloten hebben. Menigvuldige inwoonders hebben 's avonds hunnen huysen geïllumineerd. De pastoor heeft afgekondigd, dat de godsdienst weder openbaar op de straat mogt geschieden. Tot gedachtenis; het is nu op desen dag jarig, dat wy den eersten keer naer Melick syn gegaen; het is nu geleden vyf jaer.

1804, den 2 December, is gekroond geworden binnen Parijs, als keyser der Franschen, Napoleon-Bonaparte, door onsen allerheiligsten Vader , Paus Pius VII.

1807, den 27 April, is begonnen gebouwd te worden de papiermolen. Den eersten steen is gelegd door den heer Advocaet Magnée, namens de geheele Compagnie.

1809, den 6 October, is beginnen gebouwd te worden de volmolen. De eerste steen is geleyd geworden door de twee mevrouwen Michiels en van Afferden. De eerste steen was gemaekt van mergel; hy geleek in vorm op een tigelsteen. Midden in den steen is geplaetst een looten doosje, in hetselve een klein verguld doosje waerin liggen twee gedenkpenningen, waerop gegraveerd is: H.A. Michiels et madame son épouse J.M. Bosch, le 6 octobre 1809. - Alexandre van Afferden et madame son épouse Agnes Petit, le 6 octobre 1809. Deze steen ligt op den hoek naer het suyden.

1810, in de somermaenden syn hier omtrent Roermond, op eenige dorpen geweest een kud wolven, die weggerukt hebben vyf kinderen en deselve teenemael hebben verscheurd en vernietigd.

1810, den 14 September, hebben wy hier in onse stad van Roermond in de parochiekerk van den H. Christophorus ontfangen het weyd vermaerd genadenbeeld onses Heeren Jesus-Christus, eertyds gerust hebbende in het adelyck klooster Dalheim, by Wassenberg. Hetselve is met groote solemniteyt afgehaeld uit het clooster van St Gerlacus, te Roermond, en door acht priesters, vergeselschapt door eene menigte van menschen, gedragen naer de groote kerk. Aen de kerkdeur werd de stoet door het groot musieck verwelkomd en geleid in de kerk, onder het luyden der klokken en het singen van lofsangen. Nae het eyndigen van het sermoon en der hoogmis, die op het solemneelste gesongen werd, is de plegtigheyd gesloten geworden met de processie door de kerk en den lofsang: te deum laudamus. Den volgenden dag, weesende den 15 September, is de eerste mis aen den autaer van dit genadenbeeld gelesen door den Heer canonik Lemmens en is gediend geworden door my noteerende S. van Beringen.

1811, in dit jaar syn de lindeboomen geplant geworden op den weg van O.L. Vrouw int Sand. Den eersten boom is geplant door den heer Van den bergh adjoint van roermonde en kerkmeester van de parochiekerk.

1814, den 13 January syn de Franschen vertrokken uit onse stad, onder het geleide van den Maréchal Duc de Tarante. Den 14 dito is het paerdenvolk van de Franschen hier door gepasseerd.

1814, den 17 January zynde St. Antoniusdag hebben de Russiche soogenoemde Cosakken, onse stad, tusschen vyf en zes uren 's avonds ingenomen; zy waren één officier en zes man.

1815, in dit jaar is onze stad Roermond gekomen onder den konink van Nederland.

1816, den 27 Mei is alhier te Roermonde op het Steyl in het groot Hellegat een stuer gevangen wagende een- en-veertig pond.

1816, korte samenvatting: Vanaf mei tot in de daarop volgende winter zeer veel regen. alles bij elkaar niet meer dan acht dagen warm weer met zon. Rogge- en tarweoogst mislukt, ook bijna geen boekweit. Wel volop gerst en haver. Sterk stijgende voedselprijzen, ook aardappelen. Dankzij import van rogge uit het oosten ontstond er nog net geen hongersnood.

1818, in den maend July, is een congres gehouden tot Acken, waerop sig bevonden hebben in persoon, den Roomschen Keyser, den Keyser van Rusland en den koning van Pruyssen.

1819, den 11 October. Korte samenvatting: in het groot Hellegat gevangen in twee trekken 75 zalmen. Ook een aantal volgende datums veel zalmen gevangen. Gemiddeld woog iedere zalm 8 pond.

1819 heeft men beginnen af te breken de stadsmuren, beginnende van de St. janspoort, tot aen het Molenstraetje, uitgenomen de muur, die gestaen heeft aen de Kaay; deze was eenige jaeren vroeger afgebroken.

1820. in dit jaer heeft men beginnen nieuw te maken de steene Kaay van de brug tot buyten op; sy is voltrokken in 1821.

1821 is een gedeelte van de voormalige Minderbroederskerk ingerigt geworden en betimmerd voor eene Calviniste of soogenaemde Gereformeerde of Evangelische kerk, en is in 1822 voltooid.

1822 is den eersten dienst gedaen in de Synagoge der Joden. Noteert dat de Joden in vroegere jaren hier in Roermond niet mogten wonen, jae over vyftig jaeren alhier niet mogten vernachten.

1824 den 22 January is gestorven te Brussel Joannes Baütista Robertus baron van Velde de Melroy en Sart.Bomal, laetste bisschop van Roermond, primaet van Gelderland, raedsheer in den geheimen raed der Nederlanden enz. Het bisdom van Roermond werd afgeschaft door het Concordaet en de bisschop gaf den 24 November 1801 syn ontslag voor het fransch gedeelte van syn bisdom in de handen van den Paus. Onze stad maekte sedert dien tyd deel van de diocese van Luyk. De baron van velde was de 14de en laetste bisschop van Roermond, waerom wy seggen: Episcopus Ruremundensis Requiescat in pace.

1824 Korte samenvatting: hoogwater begin November, water tot in de eerste huizen van de kolenstraat.

1829. Korte samenvatting: veel regen van juni tot 15 october. 7 maal hoog water, vijf maal stond het water op twee of drie trappen na op de kade. Wel goed jaar voor oogst. Op 22 november begon het te vriezen, Maas en Roer volledig dicht gevroren, ernstige schade aan schepen.

1830, den 7 Nov. syn een groot getal inwoonders van Maeseyck, onder aanleiding van den Heer de Tilly, onder den naem van Belgischen alhier in Roermond aengekomen en seffens is het Belgische naast het stads vendel uitgehangen.

1830, den 8 Nov. syn in Roermond gekomen omtrent 800 man, soo kavallerie als infanterie, met twee stukken kanons en twee houwitsers. Den negenden syn sy vertrokken op Venloo met 40 tot 50 vrywilligers uit Roermond en Horne. Venloo, werd door hen ingenomen den 11 November, 's morgens om elf uren. het geheele garnisoen gaf sich gevangen. Dese belgische soldaten waren byna alle Waelen.

1831, den 4 Juny, is de prins van Saksen-Coburg tot koning der Belgen gekosen, en deed, onder den naem van Leopold I, den 21 July syne intrede te Brussel. Dit is het vierde souverain huis, dat ik over Roermond beleefd heb, sedert 40 jaren. Wy waren eerst Keisers, dan werden wy Fransch, dan werden wy weder Hollandsch en nu syn wy Belgisch.

1835, in dit jaer is gevierd geworden het hondertjarig Jubilé van de vinding van het genadenbeeld der Moeder Gods in eenen put int Sand, synde dit nu 400 jaren geleden. Het Jubilé is begonnen op den vooravond van Onse L. Vrouwe Hemelvaert en geëindigd op den feestdag van onze Lieve Vrouw Geboorte. Tot lof der inwoonders van Roermond moet ik bekennen, dat de geheele stad is beplant geweest met denneboomen, met eerebogen, met croonen, schilderyen en andere vertooningen, met honderde jaerdichten, inschriften, gedichten en spreuken soo in het latyn, fransch, nederduitsch en hoogduitsch. de geheele weg van de Capel, beginnende van de eerste boomen aen de stad tot de laetsten aen de Capel, was verciert met eerebogen, festons en lofdichten, alles op het prachtigste. De onkosten soo van op den Capeller weg, als rond in de stad, syn betaald door den inwoonders van Roermond. Gedurende de eerste acht dagen syn de missen aen de Capel begonnen 's morgens om vyf uren enn hebben geduurt tot middag; des namiddags om vier uren was er preek buiten de Capel onder de linde. Op den achsten dag heeft syne Doorluchtige Hoogw. Heer Cornelius van Bommel bisschop van Luik het sermoon gedaen en ook het lof. De toeloop van menschen gedurende dit Jubilé, is soo groot geweest, dat men rekent dat wel 200,000 menschen syn hier geweest. Het schynt dat de elementen selven dit feest hebben willen bevoorregten, want het heeft maer twee malen geregend. Op Hemelvaertdag is de groote processie der parochie naer de Capel getrokken, vergeselschapt van het groot muziek, eene menigte flambouwen en vele jonge bruidjes gekleed in het wit.

 Ziet u slechts 1 pagina?
klik hier voor de volledige website
"Voorouders uit Midden-Limburg"