DynastieŽn in aanloop naar het wereldrijk van Karel V

In de loop van de 13de tot de 16e eeuw zijn er allerlei ontwikkelingen geweest die geleid hebben tot de vorming van een grote westerse mogendheid waarbij alle naburige staten verbleekten. Het rijk van Karel V omvatte de Nederlanden, een deel van Noord-Frankrijk, Spanje, een deel van het huidige Oostenrijk, diverse delen van ItaliŽ en nog meer. Na zijn troonsafstand in 1555 viel het uiteen. De impact van dit rijk voor de vorming van Nederland, maar ook BelgiŽ is zeer groot geweest.

In deze contreien waren het voordien graven, hertogen en prinsbisschoppen die de heer waren. Meestal waren deze dan weer leenheer van de Roomse keizer, welke door de paus werd benoemd. Dit leenheerschap stelde in de praktijk steeds minder voor, tot het later slechts een ceremoniŽle functie werd. In die tijd was het nog in zoverre belangrijk, dat de voornaamste heersers bij gelegenheid van de kroning van een nieuwe Roomse keizer bij elkaar kwamen, afspraken maakten en hun rijkdom en macht probeerden te tonen. In nog eerder tijden was een bindmiddel de geregeld opgezette kruistochten. In de praktijk waren de graven en hertogen echter zelfstandige feodale landheren, die door huwelijkspolitiek en koop uitbreiding van macht en middelen probeerden te krijgen.

Officieel stond daar bescherming van de betreffende gebieden tegenover. Maar de steden en het platteland hadden vooral last van hun heren door de belastingen die ze hieven, en vooral ook door de regelmatige rooftochten en oorlogsvoering die gevoerd werden. Rooftochten waren vaak gebaseerd op wraakacties binnen de familie. (Reinald II van Gelre sloot bijv. zijn vader Reinald I op in het kasteel van Montfort waar deze 9 oktober 1326 overleed. Reinald III is in voortdurend conflict met zijn broer Eduard, waarbij de families van de Hekerens en de Bronckhorsten hun onderlinge vetes ook uitvechten. Reinald komt pas na 10 jaar vrij van gevangenschap en sterft dan snel door geleden ontberingen. Arnold van Egmont wordt ook door zijn vader Adolf vastgezet, enz.) We zien dus dat ook de lagere adel er een potje van kon maken: de hoekse en kabeljauwse twisten in Holland, de twisten tussen de Hekeren en de Bronkhorsten in het Gelderse, de jonkers in Groningen: bijna overal waren er conflicten die generaties lang voortduurden en bij tijd en wijle weer oplaaiden. In de praktijk was het niet zo'n groot verschil of de heerser nu een graaf, hertog of prinsbisschop was. De hertogtitel was op zich gewild, want dan had je officieel het recht om munt te slaan en om een eigen oorlog te beginnen. Bisschoppen werden door de paus benoemd, maar in de praktijk zorgden de graven of hertogen van naburige gebieden dat een familielid deze waardigheid kreeg. De paus werd bewerkt via invloedrijke kanalen om dit te bekrachtigen. Deze bisschoppen waren in eerste instantie zelden priester, soms werden ze het nooit, meestal na een aantal jaren pas. Ze gedroegen zich verder als wereldlijke heersers en roofden en plunderden net zo hard als de graven en hertogen. Ook hadden ze vaak maitresses. Bisschoppen lagen zeer vaak overhoop met de burgerij van de stad waar de bisschopszetel was. In Luik is het voorgekomen dat de bisschop een wraakactie uitoefende door belangrijke burgers te laten onthoofden en een groot deel van het kapittel en vele burgers te laten verdrinken.

Jan van Beieren wordt in 1390 bisschop van Luik. Willem van de Leck en Jan van Beieren, pas 18 jaar oud, betwistten elkaar de bisschopszetel. Jan van Beieren was al bisschop van Kamerijk en behaalt de zege op zijn tegenstrever, zodat hij in 1390 benoemd wordt. Hij heeft zich overigens nooit tot priester of bisschop willen laten wijden. Zijn broer, de graaf van Henegouwen en zijn zwager, de hertog van BourgondiŽ, verklaren in 1408 de oorlog aan de Luikenaren, die Jan van Beieren niet willen erkennen. Het slagveld bij Othťe telde 15000 doden. Jan van Beieren neemt daarna wraak op zijn eigen stadgenoten en laat 18 inwoners onthoofden. Verder worden vrijwel alle kanunniken en een grote groep burgers in de Maas verdronken.

De burgerij van Keulen verried de bisschop door in 1288 de zijde van de tegenstanders te kiezen bij de slag van Woeringen, welk aandeel uiteindelijk de beslissing gaf.

Zoals we dus in 1288 in Keulen en in 1390 in Luik zien was er in toenemende mate een conflict tussen de adel of bisschop en de steden. De steden werden steeds machtiger. Ze leenden geld aan de adel maar kochten daarvoor steeds meer privileges. Vooral in Vlaanderen werden de steden steeds zelfstandiger. De lage adel had hier steeds minder in te brengen. Pas toen de grote heren door gebiedsuitbreidng steeds machtiger werden werden de steden soms nog het slachtoffer van een strafexpeditie als ze zich niet schikten naar de regels en belasting-eisen van de heer.

29 November 1382 was er de slag bij Westrozebeke om de Gentse opstand onder leiding van Philips van Artevelde tegen zijn schoonvader graaf Lodewijk van Male neer te slaan. Lodewijk van Male werd toen geholpen door het Franse leger door de invloed van zijn zwager Philips de stoute van BourgondiŽ, die toen tijdelijk medebestuurder van het koninkrijk Frankrijk was. De dichte Vlaamse mist stak het Franse leger een handje toe om "de witte kaproenen" een lesje te leren. Kortrijk werd met de grond gelijk gemaakt.

Maar stad en bevolking was gebaat bij een heerser die naar hun luisterde, zorgvuldig met het heffen van belastingen omging en vooral ook voor rust zorgde. De lagere adel moest in toom worden gehouden en de handel moest kunnen bloeien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bijv. Holland rond 1500 niets moest hebben van Gelre, toen nog een van de weinige vrije feodale gebieden. Gelre stond bekend om zijn agressieve politiek en rooftochten. Dit gewest probeerde Holland aan zijn kant te krijgen, maar Holland koos beslist voor de BourgondiŽrs als hun heer. Het waren de BourgondiŽrs die steeds meer privileges aan de steden en later ook aan de staten-generaal, een soort parlement gegeven hadden. Dat begon al bij Philips de Stoute en Philips de Goede maar het was vooral Maria van BourgondiŽ die veel concessies deed. Door haar werd het groot privilege ondertekend. Dit kwam tegemoet aan een groot deel van de wensen van de Staten. De macht van het centrale bestuur moest ingeperkt worden middels een reeks bepalingen die tegelijkertijd de macht van de individuele staten vergrootte. Een ander zeer belangrijk document was het veel eerdere document van de "blijde incomste" uit 1355, welk in Brabant, dat niet veel later ook bij BourgondiŽ kwam, werd gesloten. Johanna van Brabant en haar man Wenceslaus van Luxemburg beloven hierin aan de staten vergadering om geen oorlog te verklaren of verdragen te sluiten, geen muntdevaluaties of belastingen te heffen zonder toestemming van de Staten. De Statenvergadering bestond uit drie standen: de adel, de geestelijkheid en de derde stand. Dit document werd zelfs tot bijna in de Franse tijd door eerst de Spaanse en later de Oostenrijkse vorsten als heersers van de Zuidelijke Nederlanden telkens bij hun aantreden bekrachtigd.

Blijde incomste

  1. dat de land-furst den geestelijken staet niet meerder verhogen en mach, dan van ouds gebruykelijk, en van den fursten geset is geweest, ten zy dan sake dattet door die andere twe Staten, namelijk: die van adel en der steden mede bewilligt werde.
  2. Dat de furst geen zijnder onderdanen, of vreemde inwoonder, burgerlijker of kriminalischer wijse vervolgen en mach, dan alleen door ordentlijke en vrije opentlijke iustitie en landsgerichte, aldaer de misdader met hulpe der advokaten sich verantwoorden en beschermen mach.
  3. Dat de furst geen tribuit noch schattinge op zyn onderdanen leggen, noch iet nieus aenrechten en mach sonder bewillinge van den Staten des lands.
  4. Dat de furst geen vreemd of uitlants officier in Braband en mach stellen, uitgenomen eenige kleine exceptien: namelijk int Hof mach hy onder de raets-heeren twe vreemde, doch van de selve spraek setten, desgelijx so mach een die niet uyt Braband geboortig is, doch mits dat hy een tijd lang een vrye heerlijkheit beseten heeft int selve Hof, president werden.
  5. Als de furst de Staten t'samen beroept om iet, 't sy geld, hulpe of iet anders van haer te vorderen en begeren, die van Braband, noch ook d'andere Staten der landen, en zyn niet gehouden buiten haer land te reisen noch gene saken daer buiten zynde te besluiten.
  6. So verre de Furst hare privilegien wil breken door gewelt of andersins, so werden die van Braband na ordentlijke gedane protesten, van haren gedanen eed en huldinge ledich en vry, en mogen als vrye, ledige en onverbondene na haer gevallen voornemen 't gund hem beste dunkt.
Het samengaan van al de oorspronkelijke graafschappen gebeurde dan officieel meestal door erfenis of koop, maar er waren ook momenten dat bij een opvolgingskwestie de staten zelf beslisten wie de volgende heer werd. Dat deden bijv. de staten van Brabant in 1430, toen ze het gezag overdroegen aan Philips de Goede van BourgondiŽ. Hij beloofde namelijk het document van "blijde incomste" te handhaven.

Het laatste hertogdom welk werd toegevoegd aan het rijk van Karel V was Gelre, middels het tractaat van Venlo uit 1543. Ook hier zullen de mensen op dat moment niet wakker van gelegen hebben. De laatste heer van Gelre, Karel van Gelre, was vrijwel nergens geliefd geweest. Na zijn dood was het hertogdom nog 5 jaar onder bestuur van Willem van Kleef komen te staan. Deze gaf Gelre zonder sputteren aan zijn grote buurman die er meende recht op te hebben af. De inwoners hoopten vooral dat er nu snel een eind zou komen aan de roerige tijden.

Een overzicht van het proces welk leidt tot de vorming van deze grote staat kun je hier zien. De belangrijkste pijlers in het noorden zijn: BourgondiŽ, Henegouwen, Brabant, Vlaanderen, Holland en Gelre. Enkele van de heersers van deze gebieden zijn er hieronder uitgelicht.

De hierna volgende informatie over de graafschappen, hertogdommen en hun heersers is gedeeltelijk afkomstig van wikipedia. Andere bronnen zijn o.a.: "De windhoek van Gelre", "het hertogdom Gelre" en "Nederland" (Han van der Horst). Zie belangrijke bronnen.

Vlaanderen

Tot 1297 stond Vlaanderen lang sterk onder Franse invloed. In 1297 keerde de (Franstalige) graaf Gwijde van Dampierre zich tegen deze Franse invloed in Vlaanderen en sloot een militair verbond met Engeland. In 1300 was het Franse geduld op en Philips de Schone liet Vlaanderen bezetten en annexeren met hulp van Fransgezinde stadsbesturen (leliaards). Graaf Gwijde werd gevangengezet, maar kon rekenen op steun van de Liebaards: adel, ambachtslieden en boeren. Openlijk verzet vond plaats tijdens de Brugse metten op 18 mei 1302, een bloedige overval van Bruggelingen op Franse troepen die een dag eerder de onrustige stad hadden ingenomen. Het bleek de opmaat voor een bevrijdingsoffensief richting Kortrijk en op 11 juli werden de Fransen bij die stad verslagen in de Guldensporenslag onder leiding van Willem van Gulik, Gwijde van Namen, Phillipus Baelde, Pieter van Belle, en Jan III van Renesse. Vrijwel alle 2000 Franse ridders, gesteund door Godfried van Brabant, lieten in die slag het leven en 500 gouden sporen van het slagveld werden opgehangen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk.

Vlaanderen herwon zijn zelfstandigheid van vroeger, maar werd twee jaar later bij de Slag bij Pevelenberg in 1304 tijdens de onderhandelingen tot zware toegevingen gedwongen nadat die slag onbeslist eindigde. De graaf van Vlaanderen bleef onafhankelijker dan de andere Franse leenmannen, maar de Franse koning verstevigde zijn gezag en de graaf boette een deel van oude verworvenheden in. Het is pas na de Bourgondische eenmaking en de Honderdjarige Oorlog dat Vlaanderen uit het Frans leenverband werd gelicht, wat een definitief beslag vond in 1548 met de Vrede van Augsburg.

In 1323 brak in de Vlaamse kuststreek verzet uit tegen buitensporige grafelijke belastingen. De Kerels van Vlaanderen onder bevel van Nicolaas Zannekin veroverden zelfs Nieuwpoort, Veurne, Kortrijk en Ieper. Pas 5 jaar later slaagde graaf Lodewijk van Nevers er met Franse steun in de opstand na de Slag bij Kassel bloedig te onderdrukken.

Door de steun van Lodewijk van Nevers aan Frankrijk in de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland, raakte Vlaanderen in een economische crisis nadat de Britten in 1336 de aanvoer van wol en levensmiddelen staakten. Het leidde tot het stilvallen van de wol- en lakenindustrie en een daaropvolgende verpaupering. In Gent brak als reactie in december 1337 een opstand uit tegen de Fransgezinde graaf. Onder leiding van Jacob van Artevelde werd in Gent een revolutionair bewind gevestigd dat zich in de Frans-Engelse strijd neutraal verklaarde. De graaf vluchtte naar Frankrijk en de Vlaamse steden sloten een verbond met Engeland. De Engelse wolstapel keerde weliswaar terug, maar tegelijkertijd nam de invloed van Londen op het Vlaamse bestuur fors toe. Dat niet alle Vlamingen hier gerust op waren bleek bij de moord door Gentenaren op Jacob van Artevelde bij diens terugkeer van een gesprek met de Engelse vorst Edward III. De lynchpartij werd gevoed door geruchten over een mogelijke overdracht van het graafschap aan de Prins van Wales.

In 1369 raakte Vlaanderen weer in het Franse kamp door het huwelijk van de grafelijke dochter Margaretha met de Bourgondische hertog Philips de Stoute. Deze kwam in 1382 zijn schoonvader Lodewijk van Male te hulp bij het neerslaan van een sociale opstand in Gent, ditmaal geleid door Philips van Artevelde in het voetspoor van zijn vader. Bij Westrozebeke werd het Gentse verzet vernietigd en Van Arteveldes lijk werd op een rad tentoongesteld. Twee jaar later, in 1384 werd Philips de Stoute zelf graaf van Vlaanderen en begon de Bourgondische periode.

Gelre

Van 1099 tot 1336 zien we een ononderbroken reeks van graven, later hertogen van Gelre. Vanaf Reinald III begint het hertogdom te wankelen, eerst door broedertwisten, waarbij ook de lagere adel betrokken raakt. Het huis Gulick en Egmont krijgt vervolgens via erfrecht enkele generaties het hertogdom in bezit, waarbij de invloed van BourgondiŽ al steeds sterker wordt. Een tijd wordt het geregeerd door Karel de Stoute en Maria van BourgondiŽ, maar Karel van Gelre brengt het tijdelijk weer bij de familie van Egmont. In 1543 wordt het dan definitief gevoegd bij het rijk van Karel V.

Gerard III
Otto II
Reinald I
Reinald II
Heren van Gulick en Egmont
Karel van Gelre

Holland

Als Jan I van Holland in 1299 overlijdt zijn er geen directe troonopvolgers. Jan van Avesnes (Henegouwen) erft als Jan II van Holland de graafschappen Holland en Zeeland. Hij versloeg Zeeuwse opstandelingen en maakte dat zijn broer Gwijde van Avesnes bisschop werd van Utrecht. Zoon Willem III voerde oorlog met Vlaanderen om de macht in Zeeland. Bij de vrede van Parijs van 1323 zag Vlaanderen van zijn aanspraken in Zeeland af. Onder de vorsten van de Nederlanden gold Willem als de meest invloedrijke bondgenoot, door huwelijksallianties of op andere wijze; zo wordt hij wel Ďde schoonvader van Europaí genoemd. Lodewijk IV van Beieren, die zijn verkiezing tot Rooms-koning mede aan Willem te danken had, trad in 1324 in het huwelijk met Willems dochter Margaretha, terwijl zijn jongere dochter Johanna aan de Gulikse troonopvolger werd uitgehuwelijkt. Edward III kon zich met zijn hulp van de Engelse troon meester maken en huwde zijn derde dochter, Philippa van Henegouwen. Zijn zoon Willem IV werd opgevolgd door Jacoba van Beieren en om wille van de successiestrijd begonnen de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Willem V volgde in 1354 zijn moeder Margaretha van Beieren op als graaf. Hij woonde een groot deel van zijn tijd in de Ridderzaal in Den Haag. Hij liet enkele gebouwen rondom dit kasteel plaatsen en zorgde tevens voor een (eenvoudige) ommuring van wat later het Binnenhof ging heten. Toen Willem IV krankzinnig werd nam zijn broer Albrecht van Beieren de regering over. Daarna kwam diens zoon Willem VI en vervolgens diens dochter Jacoba van Beieren. Er onstond weer een opvolgingsconflict omdat ook haar oom, de Luikse bisschop Jan van Beieren, Holland en Zeeland toegewezen had gekregen. Toen Jacoba trouwde met Jan IV van Brabant, en deze door financiŽle nood Holland en Zeeland officieel overdeed aan Jan van Beieren, laaiden de Hoekse en Kabeljauwse twisten verder op. Philips van BourgondiŽ erfde op zijn beurt de nalatenschap van Jan van Beieren, zodat uiteindelijk ook Holland en Zeeland aan BourgondiŽ vielen.

Floris V
Jacoba van Beieren

Brabant

Het hertogdom Brabant ontstond uit de vereniging van verscheidene graafschappen en voogdijgebieden: In 1288 verslaat Jan I van Brabant in de Slag bij Woeringen met bondgenoten o.a. de Keulse aartsbisschop en wint het hertogdom Limburg, er ontstaat een band tussen de twee hertogdommen die 5 eeuwen zal duren. Jan III staat onder druk van de steden op 14 juli 1314 de Waalse Charters toe, waardoor het politieke en financiŽle bestuur nagenoeg volledig in handen van de steden kwam. Mede door zijn handig manoeuvreren werd de machtspositie van Brabant hierdoor zo groot, dat hij in 1332 en 1334 een heuse blokkade door een machtige coalitie van omringende vorstendommen met succes kon doorstaan. In 1336 werd hij medeheer van Mechelen, een Luikse enclave in Brabant. Wenceslaus van Luxemburg huwt 1353 met Johanna van Brabant en regeert vervolgens dit hertogdom. Al heel snel wordt het belangrijke document met de staten, de "blijde incomste" getekend, waardoor er een soort democratisch bestuur gaat ontstaan. De erfenis van Wenceslaus wordt echter betwist. Zijn vrouw Johanna van Brabant kiest partij voor de BourgondiŽrs. De staten besluiten in 1404 om de broer Antoon van Philips de Stoute van BourgondiŽ als ruwaard te erkennen. In 1430 komt Brabant na enkele korte periodes van opvolgers van Antoon, definitief bij het huis van BourgondiŽ.

Jan I
Johanna van Brabant

BourgondiŽ

Philips de Stoute was een van de zonen van de Franse koning die BourgondiŽ kreeg. Maar al tijdens diens regering gaat BourgondiŽ zich steeds verder los maken van Frankrijk. Tijdens de periode van Philips de Goede, als Frankrijk verlamd is door de honderdjarige oorlog met Engeland, wordt BourgondiŽ met als hoofdstad Dijon het belangrijkste politieke en culturele centrum van Noord-West Europa. Veel graafschappen en hertogdommen sluiten zich hier via erfrecht of vrijwillig bij aan. BourgondiŽ zelf, gaat, m.u.v. Franche Comtť, onder opvolger Karel de Stoute weer verloren. Maar het overgebleven gebied wordt de kern van wat later de Nederlanden genoemd wordt, een van de belangrijkste onderdelen van het rijk van Karel V.

Philips de stoute
Jan zonder vrees
Philips de Goede
Karel de stoute
Maria van BourgondiŽ

 Ziet u slechts 1 pagina?
klik hier voor de volledige website
"Voorouders uit Midden-Limburg"