Brief van de bisschoppen 1918

De aartsbisschop en de bisschoppen van Nederland

Aan de hun toevertrouwde geloovigen

Zaligheid in den Heer

Waar gevaar dreigt voor Uw geloof en Uw godsdienstig leven, B.G., daar is het de plicht van Ons, die de goede God tot Uwe geestelijke Leiders heeft aangesteld, U te waarschuwen en U de middelen aan de hand te doen, om dat gevaar te bezweren. De Bisschoppen immers moeten zorgen, dat de geloovigen, zooals de Apostel zegt, "wandelen waardig de roeping, waartoe zij geroepen zijn", opdat zij aan God de eer geven, die Hem toekomt ; de door God gestelde geestelijke en wereldlijke macht erkennen en eerbiedigen; den evennaaste beminnen, gelijk zichzelven, om God en aldus hun eeuwige zaligheid bewerken.
Welnu, het steeds meer en meer veld winnend Socialisme, waartoe wij eveneens het nog gevaarlijker anarchisme rekenen, noopt Ons, U krachtig aan te sporen, U door zijn valsche leerstellingen en door zijn gevaarlijke beloften niet te laten verleiden.
De leer der Socialisten over eigendom en rechtmatig bezit, over huwelijk en familie, over gezag en menschelijke samenleving, waarmede zij de wereld willen hervormen, houdt volstrekt geen rekening met de eeuwige, onveranderlijke wetten van God, noch met de goddelijke leer en voorschriften van het Evangelie. Zij is een dwaling, gebrandmerkt door de H. Kerk, die als de onfeilbare bewaarster en leerares der waarheid door Jezus Christus is aangesteld.
Het Socialisme is dus in strijd met ons Katholiek Geloof, dat de menschen wil leiden en hervormen volgens de principen van onzen Heer en Meester jezus Christus. Zijn eerste gebod luidt: Gij zult den Heer Uwen God beminnen met geheel Uw hart, met geheel Uw ziel en geheel Uw verstand en een onbaatzuchtige liefde tot den evenmensch stelt Hij als Zijn bijzonder gebod, aan het eerste gelijk.
Wel verklaren de aanhangers dezer dwaling, dat zij Godsdienst, Kerk en Priesters volkomen in hun waarde willen laten en dat ieder voor zich volgens zijne godsdienstige overtuiging kan handelen. Maar zij schromen niet, waar hun de gelegenheid gegeven wordt, en wanneer zij er hun voordeel mee kunnen doen, den godsdienst te bestrijden. Ook is de vrijheid, die zij, althans in woorden, aan ieder laten, om in zijn private leven Jezus Christus te dienen, niet voldoende. Niet enkel in het private, ook in het openbare leven moet Jezus Christus heerschen, heeft Hij Zijn onvervreemdbare rechten op al ons doen en laten. Het Socialisme is een allergevaarlijkste dwaling, omdat het door de voorspiegeling eener nieuwe maatschappij, waarin ieder stoffelijke welvaart en geluk zal vinden, de menschen tracht te verleiden zijne verderfelijke beginselen te volgen en zoo voor een gedroomd tijdelijk geluk, als 't ware voor een paar zilverlingen, hunnen Heer en Meester Jezus Christus uit te leveren. Ook schrikt het niet terug voor de meest ongeoorloofde middelen, zelfs niet voor opstand tegen het wettig gezag en revolutie, om zich te kunnen meester maken van de Staatsmacht en aldus zijn denkbeelden, zooveel mogelijk, door te voeren.
Zeker ook wij, B. G., willen Uwe stoffelijke belangen niet uit het oog verliezen. Maar Wij wenschen Uw tijdelijk welzijn te bevorderen binnen de door God gestelde perken, zonder dat daardoor Uwe hoogere godsdienstige en zedelijke belangen geschaad worden. Zoo, en zoo alleen, kunnen Wij U het groote goed verzekeren, dat de wereld U niet kan geven, dan ware vrede des harten. Uit hetgeen Wij U zooeven in het kort hebben uiteengezet, volgt :
  1. Het is den Katholiek verboden en volstrekt ongeoorloofd lid te zijn van anarchistische of socialistische vereenigingen of deze metterdaad te steunen.
  2. Een Katholiek mag zich niet aansluiten bij vereenigingen, die ofschoon zij den naam van anarchistisch of socialistisch niet dragen, toch verbonden zijn met anarchistische of socialistische vereenigingen of deze metterdaad steunen.
  3. Op den Katholiek, die zich bij zulke vereenigingen heeft aangesloten, of zulke vereenigingen metterdaad steunt, rust de zware verplichting dit lidmaatschap op te zeggen of dien steun niet meer te verleenen.
  4. Zoolang derhalve een Katholiek lid is van zulke vereenigingen en althans niet het vaste voornemen heeft dit lidmaatschap zoodra mogelijk op te zeggen; of zoo lang zij zulke vereenigingen metterdaad wil blijven steunen, kan hij geen kwijtschelding der zonden verkrijgen en bijgevolg geen Sacrament waardig ontvangen.
  5. De Katholiek, die geregeld anarchistische of socialistische geschriften leest of anarchistische of socialistische vergaderingen bijwoont, komt daardoor in de naaste gelegenheid, om zijn geloof te verliezen en kan, zoolang hij deze gelegenheid niet wil verlaten, geen kwijtschelding der zonden verkrijgen en bijgevolg geen Sacrament waardig ontvangen.
  6. De Katholiek, die de leer der anarchisten of socialisten aanneemt en als dusdanig bekend staat, kan niet meer als lid der Kerk beschouwd worden. Hem moeten de sacramenten geweigerd worden, zoolang hij het anarchisme of het socialisme blijft aanhangen.
Katholieken! het gaat hier voor of tegen Christus, voor of tegen Uw H. Geloof. Het geldt hier: f Katholiek f Socialist: maar Katholiek zijn en Socialist samen is een onmogelijkheid.
Daarom luistert naar de stem Uwer geestelijke Herders en laat u niet bedriegen door de valsche voorspiegelingen der socialistische verleiders, die een paradijs op aarde beloven, indien Gij U onder hunnen banieren wilt scharen; maar die U noch op aarde noch in de eeuwigheid een waar geluk schenken.
En om sterker te staan tegen de verleiding, moet Gij U aansluiten bij de Katholieke Bonden en Vereenigingen en ijverige leden dezer Organisaties zijn. Blijft Gij alleen staan, dan wordt de strijd voor U moeilijk. Sluit Gij U vast aan elkander onder de banier van Uwen Heer en Koning Jezus Christus, dan zult Gij de overwinning behalen met Hem, die door Zijn goddelijke kracht de wereld heeft overwonnen. Strijdend met Hem en voor Hem, zult Gij dan ook eens mogen staan aan Zijne zijde, wanneer Hij zal komen, om Zijne vrienden te beloonen en om Zijne vijanden te oordeelen. En zal dit Ons herderlijk schrijven JAARLIJKS op den 4en Zondag van den Advent in alle tot Onze Kerkprovincie behoorende kerken onder de vastgestelde H. Diensten op de gewone wijze worden voorgelezen.

Gegeven te Utrecht, den 10 December 1918

H. van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht
W. van de Ven, bisschop van 's-Hertogenbosch
L.J.A.Schrijnen, bisschop van Roermond
P. Hopmans, bisschop van Breda

 Ziet u slechts 1 pagina?

klik hier voor de volledige website

"Voorouders uit Midden-Limburg"